Uitdrukkingen

Een uitdrukking is een vaste combinatie van woorden. Vaak wordt hiermee indirect een situatie benoemd. De woorden worden vaak figuurlijk gebruikt. Een voorbeeld is 'iemand voor het lapje houden' waarmee wordt bedoeld dat iemand wordt misleidt. Het geheel heeft een figuurlijke betekenis wat bij uitdrukkingen vaak het geval is. Uitdrukkingen worden in de Nederlandse taal al jaren gebruikt.

Vormen van uitdrukkingen

Er zijn verschillende vormen van uitdrukkingen. Gezegdes, spreekwoorden, wiskundige uitdrukkingen en staande uitdrukkingen zijn allemaal voorbeelden hiervan. Een gezegde is een vaste uitdrukking waarmee een situatie wordt benoemd. Een staande uitdrukking is een standaardformulering die telkens in een bepaalde situatie terugkeert. Een combinatie van woorden die niet verschoven kan worden is een spreekwoord. Al deze voorgenoemde uitdrukkingen zijn gebieden van de Nederlandse taal. Een wiskundige uitdrukking hoort hier eigenlijk niet echt bij, maar is wel degelijk een uitdrukking. Het is een verzameling wiskundige termen.

Bekende uitdrukkingen van de Nederlandse taal

Veel uitdrukkingen zijn algemeen bekend en worden veel gebruikt. Vooral in de Nederlandse spreektaal worden ze vaak gebruikt. Wanneer teksten worden geschreven, is het gebruik van uitdrukkingen vaak niet zo gebruikelijk, alleen bij nieuwsartikelen of andere artikelen, echter niet bij persoonlijk geschreven communicatie. Voorbeelden van bekende uitdrukkingen zijn:

  • De kluts kwijt raken (betekenis: het even totaal niet meer weten)
  • Met de noorderzon vertrekken (betekenis: ineens verdwenen zijn en niemand weet waarheen)
  • Iemand op de kast jagen (betekenis: iemand boos maken of voor de gek houden)
  • Een flater slaan (betekenis: een domme fout maken in een publieke omgeving, een blunder maken)
  • De pijp aan maarten geven, ook wel, de bijl erbij neergooien (betekenis: opgeven).