Weer

Weer Spreuken
Weer per Maand
Schrikkeljaar

Weer Spreuken

  • ‘t is weer geen weer
  • Als de haan niet kraait vóór het avondrood – gaat het regenen – of de haan is dood
  • Als de weerman loog, bedenk dan: ‘tussen de druppels door was het droog’.
  • Als het regent in mei, is april voorbij.
  • Als je uien in je eten vindt, is er kans op harde wind.
  • Bekijk het van de zonnige kant, de meeste regen valt naast je.
  • Bij onweer mag je pas klagen, als het geen drie uur duurt, maar drie dagen.
  • Bij vlagen ben ik geniaal…Helaas is het hier altijd windstil…
  • De tijd waarin de zon lijkt te wachten noemt men ook wel: de nachten.
  • Deze spreuk is nog niet verjaard: het vriest even vaak in mei als dat het vriest in maart.
  • Draait de wind van oost naar west, dan doe ik niks en mijn vrouw de rest.
  • Het leven is in de herfst pas goed, als je elkaar de das omdoet.
  • Het weer: geen weer, morgen weer.
  • Hoe het weerbericht ook luidt, een importeur voert nooit wat uit.
  • Valt de regen door het huis, dan is er vaak iets met het dak niet pluis.
  • Wanneer doen we het weer?
  • Wat een weer weer. Je kan beter in het magazijn zijn, pakken pakken en rollen rollen.
  • Wat elke zomer is gebleken, is dat het warm was – met de winter vergeleken.
  • Wat nu valt, valt straks niet.
  • Zelfs een kapotte barometer, weet het ooit een keertje beter.
  • Zon, zee en strand: een dagje lol, een kont vol zand.

Weer per Maand

Januari

  • Als de kat in januari in de zon ligt, ligt ze in februari achter de kachel.
  • Als de dagen lengen, begint de winter te strengen.
  • Draagt januari een sneeuwwit kleed, wordt de zomer zeer heet.
  • Januari zonder regen, is voor de boerenstand een zegen.
  • Geef januari een sneeuwtapijt, dan zijn we gauw de winter kwijt.
  • Als in januari de muggen zwermen,dan kun je in maart de oren wermen.
  • Als in januari de vorst niet komen wil,dan is zij er zeker in april.
  • Als het in januari mistig is, dan wordt de lente fris.
  • Gelijk Januari, zo ook juli.
  • Heeft januari koude en droge dagen, dan zal in februari de sneeuw u plagen.
  • Nevels in januari opgestaan, brengt een natte lente aan.
  • Op een milde januari, volgt vaak een gure lente, en een warme zomer.
  • Als het vriest op Driekoningendag(6), dan vries het dertien weken lang.
  • Geeft St. Hilarius(13) zonneschijn, weldra zal het kouder zijn.
  • A;ls het vriest met St. Antonius(17),dan dooit het op St. Sebastiaan(20).
  • Als het vriest op St. Sebastiaan(20), dan is het op 2 februari met de vorst gedaan.
  • Is het op St. Paulus(25) schoon en klaar,dan brengt het een gezegend korenjaar.
  • Is er op St. Paulus sneeuw of regen, dan komt een mager jaar ons tegen.
  • Als de schaatsliefhebbers op St. Sulpitus(29) op de schaats staan,zal het weer in het voorjaar van slag zijn.

Februari

  • Sprokkelmaands regen, is grasmaands zegen.
  • Als in februari de muggen zwermen, moet ge in maart uw oren wermen (warmen).
  • Februari muggendans, geeft voor maart een slechte kans.
  • In februari ziet de boer liever een hongerige wolf, dan een man in hemdsmouwen.
  • In de korte maand regen, is vette mest en zegen
  • In februari een muggendans, Geeft voor mrt een slechte kant
  • Vliegt de mug in februari, dan huivert men het ganse jaar
  • Schijnt morgen rood je tegen, dan dreigt februari met regen
  • Als vroeg krokussen bloeien, dan zullen ze met de koude stoeien.
  • In februari guur en koud, dan komt er een zomer waarvan je houd
  • Is februari nat en koel, dan wordt juli dikwijls heet en zwoel.
  • In februari al de lente? Dat geeft broden zonder krenten.
  • Februari met vorst en wind, maakt weldra de pasen blind.
  • Als febrauri lacht, dan wordt maart niet zacht.
  • Februari is nooit zo fel, of ze geeft drie lentedagen wel.
  • Een koude februari geeft een goed roggejaar.
  • Als het in februari niet sneeuwt, weet dan dat je later, in de zomer van hitte geeuwt.
  • Wanneer februari iedereen winst brengt, dan klagen de boeren het minst.
  • Lichtmis(2) donker maakt de boer tot jonker.
  • Lichtmis helder en klaar, maakt de boer tot bedelaar.
  • Brengt Lichtmis wolken en regen mee, dan is de winter voorbij en komt niet meer.
  • Geeft Lichtmis klaverblad, met Pasen sneeuw op het pad.
  • Op Romaldus(7) storm en blazen, zal in mei het vee doen grazen.
  • Klaar weer op St. Silvijn(17), het kan nog twee maanden winter zijn.
  • St. Matthijs(24) breekt het ijs, maar wil het ijs niet breken, dan vriest het nog zes weken.

Maart

  • Lentemaands ruwheid geeft zomermaands luwheid.
  • Niet te droog, niet te nat, dan vult maart een duchtig vat.
  • Danst het lammetje in maart, april pakt het bij de staart.
  • Brengt maart storm en wind, de sikkel is de boer gezind.
  • Donder in maart, vorst in april.
  • Maart roert zijn staart, april doet wat hij wil en mei doet er ook nog wat bij.
  • Waait de wind in maart te fel, veel fruit verwacht men wel.
  • Als het weder is van goede zin, trekt de kou zijn steertje in
  • Maartse maan, brengt kwaad weer.
  • Komt men in maart omweer tegen, dan krijgt men in juli regen.
  • Daar is geen maart zo goed, of het sneeuw wel op de boer zijn hoed.
  • Een droge maart en een natte april, dat is de boeren naar zijn wil.
  • Maart guur geeft een volle schuur.
  • Een droge maart, is een zomer te paard.
  • Maart niet te droog en niet te nat, Vult de boer zijn kist en vat.
  • Mist in maart, water en vorst in mei.
    Een droge maart, een natte april, een koele mei, vullen de schuren en de kelders van de boer.
  • Een koekoe’sroep ter helft van maart, is voor de boer een daalder waard.
  • Maartse regen, brengt geen zegen.
  • Zoveel nevel in maart, zoveel onweer s’ zomers.
  • Wat maart niet wil, dat neemt april.
  • Als maart geeft april weer, geeft april maarts weer.
  • Maartse zon en aprilse wind, schenden menig lieflijk kind.
  • Een natte maart, geeft veel lijnzaad.
  • Autoruiten nu nog steeds bevroren, dat geeft straks veel koren.
  • Stof in maart, is goud waard.
  • Voor oude lieden heeft maart, kwaad in haar staart.
  • Maartse buien die beduien, dat de zomer aan komt kruien.
  • Een droge maartse wind, maakt de boeren goed gezind.
  • Regent het met St. Albinus(1) dat het giet,dan doet de boer dat veel verdriet.
  • Zo de wind staat op St. Gregorius(12), zo staat hij nog veertig dagen.
  • Sint Jozef (19)schoon en goed,(mooie dag) een vuchtbaar jaar ligt in’t verschiet.
  • Een koekoeksroep ter helft van maart, is voor de boer een daalder waard.
  • Op de Lentedag(21) de wind in noord, dan blaast deze nog zeven weken voort.
  • Is het op St. Rupertus(27) helder en rein, zo zal ook de zomer zijn.

April

  • Grasmaands gril is hooimaands wil.
  • April veel regen, brengt grote zegen.
  • Aprilvlokjes brengen meiklokjes
  • De heren en aprillen, bedriegen wie ze willen.
  • De vrouwen en aprillen, ze hebben beide hun grillen.
  • Al doet april ons mooi weer aanschouwen, ‘t is evenals fortuin, we kunnen hem niet vertrouwen.
  • Het groen des velds het oog bekoort doch zelden houdt april haar woord.
  • Op een april geen zon, vaak water in de ton.
  • April doet wat hij wil.
  • Nachtvorst met een Zuidenwind op kersenbloem, daar treurt de kweker om.
  • Aprillertje zoet, geeft nog wel eens een witte hoed.
  • Sneeuw in april is geen nood, maar bij zware nachtvorst in april gaat er meer dood.
  • April warm, Mei koel en Juni nat, vullen schuur en ook het vat.
  • Geen zaterdag zo kwaad, of de zon schijn vroeg of laat.
  • April verandelijk en guur, brengt hooi en koren in de schuur.
  • Een grote zon en bleek van schijn, dan zal het regenachtig zijn.
  • Bloeien de bomen tweemaal op een rij, zal de winter zich rekken tot mei.
  • Aprilse aren, zijn er alle jaren.
  • Een natte april ,is de boeren naar hun wil.
  • Aprilse vlokjes, brengen mei’se klokjes.
  • In april heldere maaneschijn, zal voor de bloesem kwalijk zijn.
  • Het zaterdagse weer op noen, is op de zondag heel te dag te doen.
  • Broedt de spreeuw al in april, dan is een schone meimaand op til.
  • Verschaft april veel schone dagen, dan pleegt mei de last te dragen.
  • Als de hoenders kakelen lang en goed, zal het regenen in overvloedt.
  • Is april schoon en rein, dan zal mei minder zijn.
  • De huwelijkse staat, is als april, nu zon, dan storm, en dan weer alles stil.
  • Hebben wolken rode randen, altijd is er wind en nats voorhanden.
  • Als het in april regenen wil, blijven de boeren niet stil.
  • Gras dat in april wast, staat in mei vast.
  • April maakt de bloem, en mei bekomt de roem.
  • Als in april kevers ontstaan, dan zal de mei van kou vergaan.
  • Valt in april veel nat, dan zwemmen de druiven tot in het vat.
  • Verschaft april vele schone dagen,dan pleegt mei de last te dragen.
  • Als april lacht, boerke wees voor uw oogst bedacht.
  • April vult vele zolders, dankzij de vele donders.
  • Op een droge april volgt wel eens een droge zomer.
  • April mooi en rein, in mei zal het donker zijn.
  • Hoe groen het in het veld ook ons oog bekoort, doch zelden houd april zijn woord.
  • Aprillezonne, doet water in de tonne.
  • Mocht het dauwen in april en mei, dan is de boer in sept blij.
  • Is Isodoor(3) voorbij, dan is ook de noordenwind voorbij.
  • Zaait ge op Sint Ezechiel(10), zeker lukt de vlasgaard wel.
  • Op Sint Tuburtius(14) na de noen (3uur in de middag), worden alle velden groen.
  • Op Sint Justijn(15), dood de kou het venijn.
  • Valt voor Sint Joris(23) geen regen, dan komt erna hem des te meer.
  • Zolang voor Sint Markus(25) warm, zolang na hem koud.
  • Als het vriest op St. Vitaal(28), vriest het nog veertig maal.

Mei

  • In mei een warme regen, betekent vruchtenzegen
  • Onweer in mei, maakt de boeren blij.Meikeverjaar goed jaar.
  • Als het onweert in mei, valt er vaak hagel bij.
  • Is mei nat, een droge juni volgt zijn pad.
  • Als het dondert in mei, valt er dikwijls regen bij.
  • Mei koel en te nat, brengt koren in het vat.
  • Een koude maand mei, een goude mei.
  • Avonddauw en zon in mei, is hooi met karren op de wei.
  • Is het weer in Mei te mooi, dan krijgt de schuur maar weinig hooi.
  • Een natte mei geeft boter in de wei.
  • Mei niet te koud en niet te nat, vult de schuur en ook het vat.
  • Kan vriezen in mei tot de ijsheilige voorbij zijn.
  • Een bijenzwerm in mei,is een goed teken voor de wei.
  • Mei tot jubelmaand verkoren, heeft toch rijm achter de oren.
  • Het onweer in de schone mei, doet het koren bloeien op de hei.
  • Heden schupjes, morgen drupjes.
  • Als is Marmertus oud en grijs, houdt hij van vriezen en van ijs.
  • Voor ijsheilige de bloemen buiten, veelal kan je daar naar fluiten, wacht of tot ze zijn voorbij, de bloemen zijn dan blij.
  • Roept de houtduif keer op keer, dan komt er vast en zeker mooi weer.
  • Scheert de zwaluw over water en wegen, dan komt of blijft er wind en regen.
  • De zonne in de meie, zet oude lieden aan het vrijen.
  • IJsheilige hebben koude koppen.
  • Als de eikels in mei gaan bloeien, zal alles volop gaan groeien.
  • Wie nu zijn koren zaait, voelt zich later niet bekaaid.
  • Zoele mei, boerengeschrei.
  • Pancras, Servaas en Bonifaas, ze geven vorst en ijs helaas.
  • Nachtvorst in mei, houdt jonge groen niet schadevrij.
  • Regen en wind in het midden van mei, maakt de boeren vast niet blij.
  • Als de Bij naar huis toe vlucht, zit er regen in de lucht.
  • Meiregen op het zaad, is goud op de plaat.
  • Hoe meer onweer in mei, zoveel minder in de herfst..
  • Kamillegeur in mei, brengt de zomer dichterbij.
  • In mei staat het vast, zijn vaak de en de hoed tot last.
  • Weest op uw hoede, en wacht nu wel, mei baart dikwijls kattenspel.
  • In mei nat, een droge juni volgt haar pad.
  • Mei nat, spek in het vat.
  • Onweer in mei, gras in de wei.
  • Zingt de vink vroeg in de meimorgen, dan zal die dag voor regen zorgen.
  • Avonddauw en zon in mei, hooi met karren uit de wei.
  • Krimpende wind, Stinkende wind.
  • Broedt de spreeuw vroeg in april, er is een schone mei op til.
  • Als het op Sint Filippus(1) regent, is de oost gezegend.
  • Sint Urbanus(25) en de zon,wijn in de ton.
  • Is het klaar met Petronel(31), dan meet men vlas met een el.

Juni

  • Juniregen is God’s zegen, komt zonneschijn daarbij, dan maakt het boer en stadslui blij.
  • In Juni veel regen, komt wijngaard en bijen ongelegen.
  • Blaast juni uit de noorderkant, verwacht veel koren op het land.
  • Vliegen de vleermuizen ‘s avonds rond, dan komt er mooi weer in de vroege stond.
  • Donderweer in juni maakt het koren dik.
  • Zware onweers baren dikke korenaren.
  • Juniweer meer droog dan nat, vult met goede wijn het vat.
  • Donderweer in juni, maakt het koren dik.
  • Op juni komt het aan, of de oogst zal bestaan.
  • Mei niet te koel en niet te nat en niet te droog, vult de schuren hoog.
  • Als het koud en nat in juni is, dan is het heel het jaar ook mis.
  • Hoort ge in juni de donder kraken, dan maken de boeren goede zaken.
  • Is juni nat en guur, dan wordt alles slecht en duur.
  • Blaast de wind in juni uit de noorderkant, zo waait het koren van het land.
  • In juni dondergevaar, dan is het een vruchtbaar jaar.
  • Wie nu zijn vel niet brandt, staat starks als een bleekscheet op het strand.
  • Als de noordenwind in juni staat, komt het onweer veel te laat.
  • Boeren maaien nu hun grasjes, stedelingen pakken hun terrasjes.
  • In juni te veel regen in de nok, schaadt de bij en de bonenstok.
  • Juni met veel donder, brengt de oogst ten onder.
  • Juni regen geeft veel zegen, maar met een bijtje erbij, en het zonnetje er boven, doet de boer de Here loven.
  • Met een zomerwervelwind, is het weer ons goed gezind.
  • In juni koude en een regenvlaag, ziet het boerke niet zo graag.
  • Zo heet het is in juni, zo koud het is in december.
  • Een boon in juni geplant, geeft er vijftig in de hand.
  • Een wei die in juni niets geeft, is niet waard dat ze leeft.
  • Gaat juni goed voorbij, dan is men in juli nog blij.
  • Is de zomeravond mistig, dan is het weer met gaven kwistig.
  • Wat St. Medardus(1), geeft droog of nat, zes weken duurt het dit of dat.
  • Heeft Magriet(10) geen zonneschijn, dan zal het een natte zomer zijn.
  • Regen op Sint Barnabas(11), dan zwemt de oogst in de waterplas.
  • Is het op Sint Antonius(13) nat, de boer drinkt zich van verdriet zat.
  • Regen met Sint Veith(15),dan regen het zes weken in de tijd.
  • Het weer van St. Jan(24), houdt dertig dagen aan.
  • Met St. Jan de wind uit het noorden, het goede weer is geboren.
  • Als op St. Pieter(29) het haantje kraait, komt het regenweer ons toegewaaid.

Juli

  • Juli zonnebrand wenst de man op ‘t land.
  • Slechts in juli-gloed wordt de vrucht en wijn eerst goed.
  • Is de eerste juli regenachtig, gans de maand is twijfelachtig
  • Brengt juli hete gloed, zo gedijt september goed.
  • Is in juli de morgen rood, ‘s avonds verkeert het weer in nood.
  • Wanneer de oostenwind tegen den avond gaat liggen, waait hij ligt de volgende dag opnieuw.
  • Juli helder en klaar,heet altijd een goed jaar.
  • Is juli heet en droog, dan houdt de winter een kwaad betoog.
  • De wakkere hooimaand geeft de zeisen, de maaier in de hand met vlijt, daar lege schuren hooi vereisen, om het vee te voeden in wintertijd.
  • Wisselen in juli regen en zonneschijn, het zal het naaste jaar voor de boeren kermis zijn.
  • Zonder dauw geen regen, heet het in juli allerwegen.
  • Komt Maria(2) in de regen nicht Elisabeth tegen, duurt het zes weken gewis, voort het weer schoon is.
  • Als het op St. Godelieve(6) regent, vult zij haar putje 40 dagen met regen.
  • Regent het op 7 Broedersdag(10), dan kan men zeven weken regen verwachten.
  • Wanneer het op St. Henricus(13) droog is of regent, zeven weken duurt die zegen.
  • Regen met Sint Margriet (20 juli) geeft zes weken boerenverdriet.
  • Met St.Magriet droog, dan 6 weken de zon in het oog.
  • Regen op St.Magdaleen(22), dan regent het dagen achter een.
  • St Jacob(25) met zonneschijn, voorspeld de winter fijn.
  • St Jacob koud en rein, koud zal de Kerst zijn.
  • Bouwt op St.Anna(26) de mier grote hopen, de winter zal niet zacht verlopen.
  • Het weer op de 29 ste, is het weer van de 5 de februari.

Augustus

  • Zo d’eerste oogstweek is heet, een lange winter staat gereed.
  • Wanner de leeuwerik hoog in de lucht zweeft, zo brengt het ons mooi weer.
  • Noorderwind in augustus brengt bestendig weer.
  • Is de eerste week in augustus heet, zorg voor goed warm winterkleed.
  • Menigeen heeft het al ondervonden, wervelwinden zijn aan augustus verbonden.
  • Begin augustus met regenvlagen, in de laatste dagen zal de regen ons weer plagen.
  • Is het heet op St.Domijn(4), het zal een strenge winter zijn.
  • Op St.Laurens(10) een regenvlaag, 6 weken duurt de regenplaag.
  • Het weer St. Casiaan(13), houdt nog dagen aan.
  • Is het weer op Maria Hemelvaart(15) mooi, zo zal de herfst van het zelfde wezen.
  • Als de ooievaars na de 21 ste nog blijven, zal een zachte winter binnendrijven.
  • Is het weer op St.Barthel(24) warm en schoon, dan draagt de herfst een gouden kroon.
  • Blijven de zwaluwen ook nog na de 25 ste, wees voor de winter niet bang.

September

  • Schijnt herfstmaands zon met zomerkracht, maakt veelal wintermaand ook zacht.
  • Trekvogels in septembernacht, ze maken de kersttijd zacht.
  • Als in september de donder knalt, met kerst sneeuw met hopen valt.
  • Vallen de bladeren vroeg, dan wordt de herfst niet oud.
  • Als de R is in de maand, is het weer niet altijd meegaand.
  • Donder in september, sneeuw in maart.
  • Als in september de donder knalt, zal met Kerst de sneeuw in hopen vallen.
  • Vorst in september, zacht in december.
  • Warm in september, koud in december.
  • Een warme september, een droge oktober.
  • Schijnt de herfstzon met zomerkracht, maakt veelal de winter zacht.
  • Komen de pluimen aan het riet, bedenk het is nazomer en geniet.
  • Met St.Giel(1) zonneschijn, het zal dan nog 4 weken zo zijn.
  • Is het op St. Egidus(1) heet, het geeft een schone herfst met zweet.
  • Op de 5 de september wordt bewezen, wat het voor weer de hele maand zal wezen.
  • Mooi weer op Maria’s geboorte(8), dit weer gaat nog vier of acht weken zo voort.
  • Op de dag van Ludmilla(16) een zeer vroom kind, blaast vaak een forse wind.
  • Met Lambertus(17) zonneschijn, het zal een droog voorjaar zijn.
  • Op Mattheus(21) storm en wind, bestaat de kans dat men met de komende Pasen nog de winter vindt.
  • Is het op St. Mauritius(22) helder, dan gaan er veel schepen naar de kelder. (er worden dan veel stormen verwacht).
  • Vallen de eikels al voor St. Machiel(29), dan snijdt de winter door lijf en ziel.
  • Trekken voor St. Machiel de vogels niet, geen winter is nog in het verschiet.

Oktober

  • Oktober geeft ons wijn en zonnige dagen, maar ook jicht en andere plagen.
  • In de wijnmaand zon, winter kent geen pardon.
  • Oktober met groene blaan (bladeren), duidt een strenge winter aan.
  • Is oktober warm en fijn, het zal een scherpe winter zijn,
    maar is het nat en koel, ‘t is van een zachte winter een voorgevoel!
  • Brengt oktober veel vorst en wind, zo zijn januari en februari zeer mild.
  • Brengt oktober vorst en sneeuw, men hoort in de winter veel klaaggeschreeuw.
  • Als het waait en vriest in de oktobernacht, dan verwachten wij een januari zacht.
  • Warme oktober dagen, februari vlagen.
  • Oktoberweer komt terug in maart.
  • Als het regent op St Bavis(1), dan regent het met Kerst(mis).
  • Regen met Sint Denijs(9), voorspelt een natte winter en weinig ijs.
  • Treedt Gommarus(11) met droogte in, de zomer zal nat zijn in het begin.
  • Volgen op Gommarus natte dagen, er volgt een zomer met veel natte dagen.
  • Wordt men op Callistes(14) een warme wind gewaar, dan wordt de zomer een twijfelaar.
  • Zoals het weer is met St. Ursela(21), zo zal ook de winter wezen.
  • Op de laatste oktober(31), houdt de natuur zich sober.
  • Het laatste weer van oktober, reikt november de hand.

November

  • Maakt de spin in ‘t web een scheur, dan klopt weldra de stormwind aan de deur.
  • Als ‘t in november ‘s morgens bloeit, wis dat de storm dan ‘s avonds loeit.
  • Als in november het water stijgt, gedurende de winter gij ‘t nog vaker krijgt.
  • Na helder weer nu sombere mist, heeft zeker ook nog vorst in de kist.
  • November warm en fijn, het zal een strenge winter zijn.
  • November heeft maar 30 dagen, maar dubbel wind en regenvlagen.
  • Donder in november, laat een jaar goed verlopen.
  • Als het vriest in november, dan volgt er sneeuw in december.
  • Zwaait de winter in november al met zijn staf, zijn rijk is van korte duur voor straf.
  • November met zijn regenvlagen, brengt verkoudheid, jicht en andere plagen
  • Als het met Allerheiligen(1) sneeuwt, leg dan vast uw pels gereed.
  • Met Allerheiligen vochtig weer, sneeuwbuien volgen keer op keer.
  • Houden de kraaien voor Allerheiligen al school, zorg dan voor hout en kool.
  • Brengt Allerheiligen winterweer, tien dagen duurt het zeer.
  • Sneeuw op Allerzielen(2), voorspelt een zacht voorjaar.
  • Het weer op Leonardusdag(6), blijft gewoonlijk tot de Kerstdag.
  • Een zuidenwind op de dag voor St. Martijn(10), dan zal het een zachte winter zijn.
  • Is er een donkere lucht op St. Martijn(11), zo zal het een zachte winter zijn.
  • Maar is de dag op St. Martijn helder, de vorst dringt dan door tot in de kelder.
  • Als op St. Martijn de ganzen op het ijs staan,moeten ze met Kerst door het slijk gaan.
  • Als het nevelig is op St. Martijn, dan zal de winter niet koud zijn.
  • Maar heeft St. Martijn een witte baard, dan blijft ons sneeuw nog ijs gespaard.
  • Is er met St. Martijn nog loof aan de bomen, dan mag men van een strenge winter dromen.
  • St. Elisabeth(19) doet ons verstaan, hoe de winter zal vergaan.
  • De dag aan St. Cecilia(22) gewijd, is de maatstaf voor de wintertijd.
  • Wintert het op St. Klemens fel, dan wordt de lente klaar en fel.
  • Vriest het op St. Katrien(25), dan vriest het nog 6 weken nadien.
  • IJs op de dag van Saturijn(29), het weer maakt daarna korte mette met dit venijn.

December

  • Veel sneeuw op Oudjaar, veel hooi in ‘t nieuwe jaar.
  • Zijn er in december veel mollen, dan laat de winter met zich sollen.
  • December zacht en dikwijls regen, geeft weinig hoop op rijke zegen.
  • December vol met mist, goud in de kist.
  • Donder in decembermaand, belooft veel wind in ‘t jaar aanstaand.
  • Met de decembermaand is het jaar weer uit, gelukkig wiens balans goed sluit.
  • Als met Kertsmis de muggen zwermen, kunt ge met Pasen uw oren wermen (warmen)
  • December veranderlijk en zacht, is een winter is een winter zonder kracht.
  • Blaast de noorderwind met een decembermaan, dan houdt de winter vier maan den aan.
  • Decemberregen is geen zegen.
  • Op een droge december, volgt een droog voorjaar, en een droge zomer.
  • Brengt St. Eligius(1), de eerste dooi?, begint het echter op die dag te vriezen, dan krijgen we vier weken vorst voor de kiezen.
  • St. Barbara(4) gaat graag in een wit kleed naar het bal.
  • Brengt St. Nicolaas(6) ijs, dan brengt de Kerstman regen.
  • St. Ambroos(7), patroon van de bijen, en de spreewen, houdt van waaien en van sneeuwen.
  • Als met St. Thomas(21) de dagen gaan lengen, beginnen de nachten te strengen.

Schrikkeljaar

  • In een schrikkeljaar verandert iedere vrijdag het weer.
  • Schrikkeljaar, koud jaar.
  • Op schrikkeldag, gaat de zon vaak overstag.

One Response to Weer

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>