“Money, money, money” zong Abba jaren geleden al. Iedereen heeft ermee te maken en is er min of meer afhankelijk van, geld.
- Aan het einde van mijn geld houd ik altijd een stuk maand over.
- Baden in het geld is niet nodig, met pootje baden ben ik ook al tervreden.
- Een bankier is iemand die je geld leent, als je aan kunt tonen het niet nodig te hebben.
- Geld is een vreemd goedje; als je het bewaart heb je er niks aan, als je het uitgeeft ben je het kwijt.
- Geld maakt niet gelukkig, maar gelukkig maken ze geld.
- Geld moet rollen, anders hadden ze het wel vierkant gemaakt.
- Geld moet rollen, het liefst mijn kant op.
- Het was mijn bedoeling slapend rijk te worden maar ik kon de slaap niet vatten.
- Ik verdeel graag geld onder de armen… mijn linkerarm en rechterarm.
- Mijn schoonvader leende me zijn dochter, nu nog zijn geld.
- Staat iemand met zijn rug naar de bank gekeerd, komt er een voorbijganger en zegt wat doet u nu? De persoon zegt altijd makkelijk als je iets geld achter de hand heb!!
- Van geld dat we niet hebben kopen we dingen die we niet nodig hebben om indruk te maken op mensen die we niet mogen.