Spreekwoorden

Spreekwoorden

ABDEGHIJKLMNOSTUVWZ

A
Aalmoezen geven verarmt niet.
Aan de rand van het ravijn bloeien de mooiste bloemen.
Achter de wolken schijnt de zon
Al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding
Al doende leert men
Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel.
Alle gekheid op een stokje
Al te goed is buurman‘s gek.
Als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel.
Als de nood het hoogste is, is de redding nabij
Als de vos de passie preekt, boer, let op uw kippen
Als er een schaap over de dam is, volgen er meer
Als het kalf verdronken is, dempt men de put
Als het water zakt, dan kraakt het ijs.
Als twee honden vechten om een been, loopt de derde er mee heen.

B
Beter één vogel in de hand dan tien in de lucht
Beter een goede buur dan een verre vriend
Beter laat dan nooit
Beter voorkomen dan genezen
Bezint eer ge begint
Blaffende honden bijten niet
Boontje komt om zijn loontje
Boter bij de vis

D
Dat zijn aambeien met slagroom.
De appel valt niet ver van de boom.
De beste stuurlui staan aan wal.
De een z’n dood is een ander z’n brood.
De kleren maken de man.
De laatste loodjes wegen het zwaarst.
De morgenstond heeft goud in de mond.
De muren hebben oren.
De pen is machtiger dan het zwaard.
De tijd kent geen genade.
De wens is de vader van de gedachte.
Die het eerst komt, die het eerst maalt

E
Er zijn vele wegen die naar Rome leiden.
Een brutaal mens heeft de halve wereld
Een goed begin is het halve werk.
Een goed hart is goud waard.
Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig
Een half ei is beter dan een lege dop.
Een kruimeltje is ook brood.
Een rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand.
Een vliegende vogel heeft altijd meer dan een zittende.
Een vos verliest wel zijn haren maar niet zijn streken
Een vriendelijk gezicht brengt overal licht.
Één zwaluw maakt nog geen zomer (variant: Eén zwaluw maakt de lente niet)
Eerlijk duurt het langst
Eigen haard is goud waard
Er is geen koe zo bont of er zit wel aan vlekje aan
Er schuilt een addertje onder het gras

G
Gedeelde smart is halve smart
Geen geld, geen Zwitsers.
Geld maakt niet gelukkig.
Geen rozen zonder doornen
Geen nieuws is goed nieuws.
Gekken en dwazen schrijven hun namen op muren (of deuren) en glazen.
Geluk is de kunst een boeket te maken van de bloemen waar je bij kunt
Goed begonnen is half gewonnen.
Goed gereedschap is het halve werk.

H
Haastige spoed is zelden goed./Maar haast je als het moet.
Het bloed kruipt waar het niet gaan kan.
Het doel heiligt de middelen.
Het gras aan de andere kant van de heuvel is altijd groener.
Het leven is geen zoete krentenbol.
Het hemd is nader dan de rok.
Het is niet alles goud wat er blinkt.
Het leven gaat niet altijd over rozen.
Het verstand komt met de jaren.
Het zijn niet alleen koks die lange messen dragen.
Hoge bomen vangen veel wind.
Holle vaten klinken het hardst.
Hoop doet leven.

I
In het land der blinden is éénoog koning.
In troebel water is het goed vissen.
Het regent kopjes en schoteltjes.

J
Je kan geen omelet maken zonder eieren te breken
Je kan niet de kool en de geit sparen
Je moet een gegeven paard niet in de mond kijken
Je moet de huid van de beer niet verkopen voor hij geschoten is
Je moet geen slapende honden wakker maken.
Je moet roeien met de riemen die je hebt
Je weet nooit hoe een koe een haas vangt.
Jij raapt nog geen stro van de aarde.
Jong geleerd is oud gedaan.

K
Kalmte zal je redden.
Keulen en Aken zijn niet op een dag gebouwd.
Krakende wagens lopen het langst.
Kleine kopjes hebben ook oren. (variant: Kleine potjes hebben grote oren.)

L
Ledigheid is des duivels oorkussen/Een geplaveisde weg is des duivels oorkussen.

M
Men moet een paard de rug niet stuk rijden.
Men moet vossen met vossen vangen.
Met de hoed in de hand komt men door het ganse land.
Met een gouden hengel vissen.
Met hoge heren is het kwaad kersen eten.
Met onwillige honden is het slecht hazen vangen.
Moeten is dwang, en huilen is kindergezang.
Mooie liedjes duren niet lang.

N
Na regen komt zonneschijn.
Na wat gepimpel, is de geest wat simpel
Nieuwe bezems vegen schoon.
Niet geschoten, altijd mis.

O
Oog om oog en tand om tand.
Oost west, thuis best.
Op elk potje past een dekseltje.
Ouderdom komt met gebreken

S
Schoenmaker, blijf bij je leest.
Spreken is zilver, zwijgen is goud.
Stel niet uit tot morgen, wat je vandaag kunt doen.

T
Te laat de put gevuld als het kalf verdronken is (variant: Als het kalf verdronken is, dempt men de put)
Tijd is geld.

U
Uit het oog, uit het hart.
Uitstel is geen afstel. (Tegenovergestelde wordt ook vaak gebruikt: Uitstel is afstel)

V
Van dik hout zaagt men planken
Van uitstel komt afstel.
Vele handen maken licht werk.
Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. of Vertrouwen komt te voet en vertrekt te paard.
Voorzichtigheid is de moeder van de porseleinkast.
Voor niets gaat de zon op of Alleen de zon gaat voor niets op

W
Waar een wil is is een weg.
Waar gehakt wordt, vallen spaanders.
Waar rook is, is vuur.
Waar het hart vol van is daar loopt de mond van over.
Waar het paard aangebonden is, moet het vreten.
Wat baten kaars en bril, als den uil niet zienen wil.
Wat de boer niet kent dat eet hij niet.
Wat in het vat zit, verzuurt niet.
Weet wat je zegt, maar zeg niet alles wat je weet.
Wie ’s nachts uit vissen gaat, moet overdag zijn netten drogen.
Wie de schoen past, trekke hem aan.
Wie een kuil graaft voor een ander, valt er zelf in
Wie goed doet, goed ontmoet.
Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd.
Wie het kleine niet leert, doet het grote verkeerd.
Wie het laatst lacht, lacht het best.
Wie mooi wil wezen, moet pijn lijden.
Wie niet horen wil, moet voelen.
Wie niet waagt, niet wint.
Wie veel eist krijgt veel. Wie te veel eist krijgt niets.
Wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje.
Wie wind zaait, zal storm oogsten.
Wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten
Wie zijn neus schendt, schendt zijn aangezicht.
Wie zwijgt, stemt toe
Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.

Z
Zachte heelmeesters maken stinkende wonden
Zo gewonnen, zo geronnen
Zo vader, zo zoon
Zoals de ouden zongen, piepen de jongen
Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten
Zoals de wind waait, waait zijn jasje.
Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens
Zolang er leven is, is er hoop

6 Responses to “Spreekwoorden”

  1. Zolang er mensen zijn, zijn er struisvogels.

  2. Volgens mij, kunnen struisvogels ook niet denken.

  3. een vogeltje klinkt zoals hij zingt

  4. er is zwart en donkerzwart

  5. wie een kuil graaft voor een ander,haalt een hoop werk op z’n nek.

  6. blaffende honden kunnen ook bijten,maar het hoef niet…

Leave a Reply